1

 

 

 

 

 

 

 

 

11 juni 1975

 

 

 

‘Zo!’ zei agent Robbers. Hij zette de laatste streken verf op de muur en veegde zijn handen af aan een stuk van een oud laken. Eindelijk was de bijkeuken van zijn nieuwe huis nu ook geschilderd en kon hij de laatste spullen uitpakken.

 

Toen na een lang ziekbed de oude hoofdagent was doodgegaan had commandant Everaerd van Leeuwen hem, aan de koffietafel na de begrafenis, gevraagd de agent op te volgen. Robbers had die vraag wel verwacht, want hij had al maanden zijn werk over moeten nemen, maar om dit nu meteen op de dag van de begrafenis te vragen, dat vond hij onbeschoft.

 

Tot zijn verassingen bleek dat deze woning bij de baan van hoofdagent hoorde en had hij het huis waar hij bijna zijn hele leven had gewoond verlaten.

 

Uit de ijskast pakte hij een koud biertje en zocht de flesopener. Waar had hij die nou weer gelaten? Wat een gedoe dat verhuizen, hij kon niks meer vinden, dan maar met een schroevendraaier.

 

                                                      1


 

Terwijl hij de kwast aan het uitspoelen was, stond met een luide klop op de deur de dochter van de vorige politiebeambte achter hem met in haar hand een pannetje. De geur van seringen en raapsteeltjesstamp kwam met haar mee naar binnen. Door haar lange postuur moest hij wat omhoog kijken, ze was bijna een kop groter dan hij. Haar gezicht was bezaaid met roestbruine sproetjes en haar rode haren leken door de zon wel in de fik te staan. Het deed hem denken aan de pluimstaart van een eekhoorn in het bos. Blijkbaar had hij haar tegelijk met het huis erbij gekregen, want ze kwam te pas en te onpas langs. Uiteindelijk was het kwartje gevallen en besefte hij dat ze een oogje op hem had. Daar was hij stiekem door gevleid, want ze was wel heel leuk, maar hij was al gek op Hanna en tegen haar kon niemand op.

 

Na een ongelukkige liefde had het lang geduurd voordat hij weer toe was aan een nieuwe relatie.

 

Jaren geleden was hij tot over zijn oren verliefd geweest, ze waren zelf al verloofd toen ze ineens iets kreeg met zijn beste vriend. Anderen hadden het allang aan zien komen, maar hij had niets in de gaten gehad. Hij had zich verraden en diep gekwetst gevoeld. Doodongelukkig had hij om overplaatsing uit zijn geboortedorp Milsbeek gevraagd en werd hij gestationeerd in Utrecht. Een mooie stad, maar ja, hij merkte dat hij helemaal geen stadsmens was en hij miste zijn dorp. Zes jaar geleden had hij bijna op zijn knieën gesmeekt om weer terug te mogen naar zijn dorp, wat gelukkig een maand later mocht.

 

‘Hoi Lisa, kom binnen.’

Ze keek hem verwachtingsvol aan en zei, ‘wat heb je hard gewerkt en wat is het mooi geworden. Ik kom maar even in en uit want de kinderen zijn alleen. Ik heb te veel gekookt en ik

 

                                                      2



 

dacht misschien wil jij wel wat raapsteeltjes nu je het zo druk hebt.’

 

Hij aarzelde een moment en wilde het afwimpelen om niet te veel olie op het vuur van haar verliefdheid te gooien, maar het rook te lekker om af te slaan. Hij keek haar even aan en zei, ‘dat ruikt goed, aardig van je, dan hoef ik niet te koken.’   

 

Ze zette het rode pannetje op het aanrecht.                                                                                                  ‘Ik kom de pan wel een keer halen’ en ze vertrok.                                                                                                      Hij pakte wat dozen uit en dacht voor nu is het mooi geweest, nam nog een biertje en plofte op de bank met de pan stamp. Het smaakte goed. Nog even het nieuws kijken.

 

Op de rand van waken en slapen werd hij met een schok wakker omdat het leek alsof hij in een kuil stapte. Hij had de lege pan nog op zijn schoot.                                                                                                               Slaapdronken hees hij hees zich uit de bank, liep naar zijn bed en viel als een blok in slaap.

 

Harder steeds harder ging het, het bergpad werd smaller en smaller. Links van hem een diep ravijn. Takken bogen zwaar door en kwamen tegen zijn voorruit. Een dichte mist die hem het uitzicht benam kwam langzaam opzetten. Liep daar iets over de weg of was het een flard nevel? Hij remde. Niks. Het pedaal stootte zonder weerstand op de bodem. Geen rem. Paniek maakte zich van hem meester. Hij riep, ‘kijk uit,’ maar er kwam geen geluid uit zijn keel. Nogmaals probeerde hij uit alle macht te remmen. Onder de wielen bonkte het. Was het een tak of reed hij over een kind. Zweet parelde over zijn gezicht en liep in zijn ogen. Zijn hart ging tekeer als een gekooide tijger die wilde ontsnappen. En even dacht hij dat het zijn bonkend hart was dat hem bevrijdde uit de nachtmerrie,

 

                                                            3


 

De hete douche smolt de laatste restjes somberheid weg als een laagje eerste sneeuw bij een warme winterzon. Zijn spieren ontspanden onder de waterstralen. De herinneringen aan de droom waren nog slechts vage schimmen. Zorgvuldig kneep hij een streepje Badedas in de uitsparing van de spons. Het spul rook alsof hij in een dennenbos was en zijn gedachten dwaalden af, hij waande zich in het Reichswald. Hij hield van de bijzondere omgeving waar hij woonde en waar hij graag in wandelde. Met aan de ene kant de geborgenheid van de hoge stuwwal uit de laatste ijstijd, met zijn drie vijvers, de Holleweg met lössgrond. En aan de andere kant van het dorp de Maas, de mooie kronkelende rivier die per uur kon verschillen in stemming. Van donker met witte schuimkoppen, briesend boos tot mild kabbelend en kalm als een meer.

 

Milsbeek het dorp waar hij was geboren en waar hij zo aan gehecht was. Al zijn familie en vrienden woonden hier.

 

Als je naar de winkel ging kwam je vaak bekenden tegen, hoorde je alle nieuwtjes en was het flink lachen om de droge Milsbeekse humor. Het kon zomaar gebeuren dat je een stuk later thuiskwam dan je van plan was.

 

En ja, hij had het er moeilijk mee gehad toen hij zes jaar geleden terug was gekomen en hij zijn verloren liefde telkens weer zag, omdat zij en haar nieuwe vriend in dezelfde vriendengroep zaten als hij. Het had lang geduurd voordat hij er eindelijk overheen was.

 

Aan het eind draaide hij de kraan nog even op koud.

De stralen prikten nog na op zijn huid terwijl hij naar beneden liep. Robbers deed de radio aan en nam wat melk uit de koelkast om Brinta te maken. Hij zette hem harder toen hij bij het nieuws van zes uur hoorde dat er in het gehucht Grafwegen, vlak over de Duitse grens, criminelen waren gesignaleerd. Ze

                                                    5


 

totdat het tot hem doordrong dat het de klok was die sloeg. Klam en verward probeerde hij alles terug te halen, maar hij kon het zich allemaal niet meer precies herinneren. Wel dat het weer de droom was met die zwarte auto waarin hij reed en die sinds zijn jeugd in allerlei variaties terugkwam. Hij dacht dat het met zijn moeder te maken had. Op een goede dag was ze in een grote zwarte auto verdwenen en had hem bij zijn grootmoeder achtergelaten. Radeloos had hij zich gevoeld en vanaf dat moment besloot hij voor niks en niemand bang te zijn. En achteraf gezien was het daarom dat hij de politie was gegaan. Misschien waren het alleen nog zijn dromen die zijn diepste angst verraadden.

 

Zijn hele lichaam deed pijn alsof hij dagenlang in de mijnen had gewerkt. Had hij zich zo verkrampt in zijn slaap of was het van het klussen van de vorige dag? Ach, wat maakte het ook uit. Hij stapte uit zijn bed, liet al zijn botten kraken en voelde zich meteen een stuk beter.

 

Zijn mond voelde gortdroog aan. In de badkamer dronk hij een glas water en deed zijn oefeningen aan de rekstok in de deuropening. Daarna zette hij de douche aan. Terwijl hij zich uitkleedde bekeek hij zichzelf in de spiegel die langzaam besloeg totdat hij nog maar een schim zag. Hij was best tevreden met zijn lichaam, een beetje gespierd maar niet te. En sinds hij gehoord had dat blauwe ogen en donker haar een van de zeven schoonheden waren, keek hij met andere ogen naar zichzelf.

 

De hele tijd was het onbestemde gevoel van de nachtmerrie om hem heen blijven hangen. Het had hem toch weer even uit zijn evenwicht gebracht. Hij hield er niet van zich kwetsbaar te voelen, dat voelde als een afgang. Al had hij in de loop van de tijd geleerd zich niet te schamen voor zijn gevoelens.

 

                                                      4

 


 

hadden inbraken gepleegd en mogelijk de dood op hun geweten van een boer op een afgelegen boerderij. Op de hielen gezeten door de Duitse politie waren ze naar alle waarschijnlijkheid Nederland in gevlucht. Er werd een oproep gedaan de politie te waarschuwen als men verdachte individuen of situaties zag. Dat wordt dus vandaag extra patrouilleren dacht hij. Op hetzelfde moment hoorde hij de telex op het kantoor ratelen. Aha daar zul je het hebben. Hij liep zijn kleine zonnige kantoor in en las het bericht. Voor zichzelf herhaalde hij zachtjes, ‘vuurgevaarlijk, recidivisten, ontsnapt uit de gevangenis in Düsseldorf. Dat zijn geen kleine jongens’ mompelde hij. ‘Opdracht tot extra controle grensgebied door de marechaussee, waakzaamheid geboden.’

 

Gelukkig werd hij niet op deze klus gezet. Voor de zekerheid liep hij toch naar de stalen kast in de hoek van zijn kantoor om er zijn klein kaliber revolver en de reservepatronen uit te halen. Een FN Browning M1922, die hij dit jaar net nieuw had gekregen. Hij drukte de patroonhouder er in en deed het pistool alvast in zijn oksel holster.

 

Toen hij zijn kantoor uitkwam pakte hij de krant van de deurmat en keek uit het keukenraam. De bloeiende sering versperde zijn uitzicht iets, maar hij zag de zon al door de heiige lucht breken, het leek een mooie dag te worden.

Hij ging met de krant aan de keukentafel zitten en at zijn Brinta die wat eigenaardig smaakte door de verflucht in de keuken. Eigenlijk was het niet echt nodig geweest om alles te schilderen, maar hij wilde dat het huis meer van hemzelf werd. Hij dacht dan heb ik meteen de sfeer van de vorige bewoners eruit gewerkt. Het vaal geruite tafelzeil dat in het vorige huis zijn hele leven op tafel had gelegen, had hij vervangen door een oranje placemat die hij bij zijn verhuizing van Lisa cadeau

 

                                                           6